Trage wegenOndek
Trage wegenOndek
Ontdek de namen en het verhaal erachter.
Deze wegen zijn ingediend
Langkeukelbeekpad
Veldweg langs Langkeukelbeek in Hocht
Dit is het onverharde deel van de Keukelbeekstraat. De naam verwijst naar de Langkeukelbeek die iets verderop in de Zuid-Willemsvaart uitmondt.
Danjelveld
Voetpad tussen Houterstraat en Zilverdennenlaan in Gellik
Is bij de Gellikenaren - in de volksmond - gekend als ‘Op de Danjel of Danjelen’. Deze naam is ook in de Atlas der Buurtwegen opgenomen.
Berkskenweg
Veldweg tussen De Hoefaert en Driebunders in Gellik
Is bij de Gellikenaren - in de volksmond - gekend als ‘Op de Berksken’. Deze naam is ook op de Atlas der Buurtwegen aangeduid.
de Burossepad
Veldweg tussen Bergstraat en Berkenlaan in Gellik
Baron de Burosse was de eerste Franse edelman in de familie Breuls. Hij had niet alleen adellijk bloed maar ook een edel hart. Hij overleed aan een slepende ziekte in 1902.
Zijn enige dochter Gislaine huwde op 21 maart 1912 met graaf Jean-Cyrille de la Faye de Guerre. Ze namen actief deel aan het dorpsleven in Gellik. Beiden brachten regelmatig een bezoek aan de dorpsschool en met Sinterklaas deelden ze heel wat geschenken uit. Ze waren de laatste weldoeners van Gellik.
Bergergraef
Voetpad tussen Koning Albertlaan en Broekstraat in Lanaken
In de volksmond heet het gedeelte vanaf de Broekstraat naar de Drie Eikenstraat en de Koning Albertlaan de Bergergraef. Dit refereert naar de burchtgracht die er rond de voorloper van de burcht van Pietersheim moet gestaan hebben, ongeveer op de plek waar nu het politiekantoor en Linc Parc gevestigd zijn.
Het huis Bergergraef is opgetrokken door de familie De Caritat de Peruzzis, waarvan vader en nadien de zoon burgemeester van Lanaken zijn geweest. De woning is in 1914 met de grond gelijkgemaakt door de Duitsers die toen een strafexpeditie uitvoerden op Lanaken.
Broeckhofpad
Voetpad tussen Dorpsstraat en Kerkstraat in Gellik
De naam verwijst naar een belangrijk Loons leen uit de Late Middeleeuwen, nl. het Broeckhof of Broederhof met laathof. Een laathof (ook cijnshof genoemd) was een hof van een lagere heerlijkheid georganiseerd volgens het hofstelsel en met eigen rechtbank. Een laathof was tevens de benaming voor deze boerderij: een hof of hoeve van een laat.
Tramstraatje
Voetpad tussen Heuvelstraat en Maastrichterweg in Lanaken
De buurtspoorlijn nr. 581bis Lanaken-Zutendaal-Waterschei van de toenmalige Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen (NMVB) werd in 1934 opgeheven. De stelplaats lag in Tournebride. Hier kwamen ook de buurtspoorlijnen nr. 485 Maaseik-Maastricht en nr. 479 Tongeren-Lanaken samen.
Het pad sluit nagenoeg op het vroegere tracé van de buurttram naar Waterschei aan (huidige N77). Vandaar het Tramstraatje.
Aan de Herbrichtkapel
Veldweg tegenover kapel in Herbricht
De naam verwijst naar de Heilig-Hartkapel, een veldkapel uit de tweede helft van de 19de eeuw.
Meer info
't Beluikpad
Voetpad tussen Heuvelstraat en Bessemerstraat in Lanaken
Een beluik is een groep arbeiderswoningen die gegroepeerd zijn rond een koertje (binnenplaats), straat of steeg. Letterlijk betekent dit een ‘besloten ruimte’.
Galgenpad
Veldweg tussen Dikke Hagestraat en Heirbaan in Neerharen.
Deze weg liep van de Kasteelstraat naar de sluis van Neerharen. In de buurt van de sluis stond een galg. Hier werden misdadigers opgeknoopt.
De galg van Neerharen, een strafwerktuig, stond eertijds op het uiteinde van het straatje dat vanaf de Keelhoffstraat tegenover de sporthal, richting Dikke Hagestraat en de Kasteelstraat liep, ongeveer tot op de hoogte van de vroegere watertoren.
Kloosterbospad
Voetpad tussen Bergstraat en Kloosterstraat in Gellik
De naam verwijst naar de voormalige bossen van het Sint-Augustinusgesticht te Gellik (Biesweg). De bossen werden door de gemeente Gellik aangekocht die sinds de fusie van 1977 eigendom zijn van de gemeente Lanaken.
Werkhuizenpad
Voetpad tussen Walstraat en Leon Hermanslaan in Rekem
Napoleon verplichtte in 1808 alle departementen om een bedelaarsgesticht op te richten. Bedoeling was bedelaars onderdak en werk te geven. Men beschouwde hen als lastpakken en om ze in de maatschappij te integreren, maakte men gebruik van arbeid, discipline en godsdienst op één locatie. In Limburg viel de keuze op het kasteel van Rekem. De grafelijke familie d'Aspremont-Lynden had het domein al voorgoed verlaten.
Ook na de onafhankelijkheid van België in 1830 bleef het kasteel een bedelaarsgesticht tot het in 1921 een nieuwe bestemming kreeg: ‘krankzinnigengesticht’ of in de volksmond, het ‘gekkengesticht’. Her en der op het domein werden een tiental gebouwen opgetrokken, hetzij als verblijfhuis voor de patiënten, hetzij als werkhuis. Deze instelling bleef in Oud-Rekem aanwezig totdat zij eind jaren ‘70 van vorige eeuw naar de Daalbroekstraat verhuisde.
Meer info
Bovenwezet
Voetpad tussen Heirbaan en Petronellahof in Rekem
Rekem was in de middeleeuwen een vrije rijksheerlijkheid, die Rekem zelf en het gehucht Wezet (thans Daalwezet en Bovenwezet) omvatte.
De naam verwijst naar het gehucht Bovenwezet. Op die manier wordt het gehucht in de kijker gezet.
Molenpad
Wandelpad tussen Dorpsstraat en De Hoefaert in Gellik
Dit pad liep naar de Kriekaertmolen of Kriekemolen. Het was een watergraanmolen aan de Munsterbeek of Molenbeek. De molen was ongeveer gesitueerd waar nu de boerderij van de familie Valkenborg ligt, aan de Kanaaldijkstraat. De watermolen staat nog aangeduid op de Atlas der Buurtwegen (1843-1845).
De Kriekaertmolen werd in de jaren ‘30 van vorige eeuw onteigend door de Belgische Staat om in 1931 gesloopt te worden voor de aanleg van het Albertkanaal.
Meer info
Puynpad
Veldweg tussen Pannestraat en Op de Puin in Lanaken
De Heer van Pietersheim had in het gebied tussen bovengenoemd Montaignehof en kasteel Kiewit (Gellik) de hoeve ‘Puijnderhof’ in bezit. Die verpachtte hij sedert begin 17de eeuw aan de Sint-Jorisschutterij tegen vergoeding in natura.
De schutterij moest jaarlijks een deel van de oogst leveren op de burcht in Pietersheim. De rest konden de schutters verkopen zodat ze een bepaald inkomen hadden voor de gilde.
Keverstraatje
In Oud Rekem
In Rafaël Verbois’ studie ‘Geschiedenis van Rekem en zijn keizerlijk graafschap’ zijn de namen van de meeste straten ten tijde van het graafschap opgenomen. Daarin vermeldt hij ook het Keverstraatje.
Verscheidene van die oude straatnamen zijn tijdens het graafschap wel eens van naam gewisseld of later. Zo heeft graaf Ferdinand in de 17de eeuw bijv. de Herenstraat Ferdinandstraat genoemd en zo werd de Schiefstraat veranderd in Ernestinestraat. Later kregen deze straten weer hun oorspronkelijke benaming. Het Keverstraatje behield haar naam.
Op het kadasterplan is dat verkeerdelijk - volgens een artikel van Mathieu Maesen daarover - ‘Vernederlandst’ tot ‘Kieverstraat. Volgens hetzelfde artikel is de naam Keverstraatje zo genoemd, omdat dit vroeger aan één kant voorzien was van een lange haag, waarin veel kevers huisden.
Priestersweg
Verlengde Priestersweg in Rekem
Deze veldweg sluit aan op het verharde deel van de Priestersweg. De naam blijft behouden.
Processieweg
Dit is de weg waar vroeger de mensen van Gellik op bedevaart naar Zutendaal gingen. Naar jaarlijkse gewoonte is er op 15 augustus de Hoogmis van Maria in Zutendaal. Deze gemeente is reeds zeer lange tijd een bedevaartsoord
Gust Baptistpad
Voetpad tussen Sint-Augustinusstraat en Sint-Laurentiusstraat in Gellik
Gust Baptist was eind 19de en begin 20ste eeuw pastoor in Gellik. Hij liet de pastorij renoveren en vroeg huishuur voor de pastoorswoning aan de gemeente. In 1903 suggereerde hij om een nieuwe kerk te bouwen en na enkele twisten met de gemeente stelde hij voor 50.000 fr. eigen middelen ter beschikking. In die periode bouwde hij ook het klooster (nu Academie voor Muziek en Theater) naast het gemeente-huis op de Kerkstraat. In 1913 ging hij door ziekte op rust.
Boskabouterpad
Voetpad tussen De Dries en Hoofreen in Gellik
Achter het bosje ‘De hoof’ lag een oud boerderijtje waar een schoenmaker woonde. Van daaruit liep een pad naar het gemeenteplein van Gellik en de rest van het dorp. Deze paadjes zijn sinds de jaren ‘80 van vorige eeuw verdwenen.
De laatste bewoner van het boerderijtje was een alleenstaande man, nl. Leopold (Polke) Massot. Het was een echte dorpsfiguur die de bijnaam Paulus de boskabouter kreeg.
Romeinse villapad
Voetpad tussen Heirbaan en Veldstraat in Rekem
De naam verwijst naar de Gallo-Romeinse villa gelegen aan de grens van Neerharen en Rekem. Deze moet gebouwd zijn aan het einde van de eerste eeuw. Begin jaren ‘80 van de 20ste eeuw vonden bijkomende opgravingen plaats. De archeologen stelden vast dat er eerst een soort kuilwoning lag, en later een Romeinse stenen villa. En er zijn zelfs Romeinse ‘badkamers’ gevonden.
De villa in Neerharen/Rekem werd uiteindelijk uitgerust met drie badkuipen en een hypocaustum, een soort vloerverwarming. De warmte trok vanuit de stookoven naar een kruipkelder onder de vloer om zo uiteindelijk de hele villa te verwarmen.
Meer info