Trage wegenOndek
Trage wegenOndek
Ontdek de namen en het verhaal erachter.
Deze wegen zijn ingediend
Trapperspad
Nieuw wandelpad tussen Veldstraat en Colmonterveld in Rekem
Dit is de naam van chemin nr. 32 zoals aangeduid op de Atlas der Buurtwegen.
Montaignepad
Wandel- en fietspad Montaignehof in Lanaken
In 1921 werd de congregatie van het Heilig Hart eigenaar van het kasteel, het park en de omliggende weilanden. Het boerderijcomplex ‘Montaignehof’ werd toen niet aangekocht en later afgebroken.
Het Montaignehof is door de eeuwen heen altijd bewoond geweest door families van hoge adel. Het heeft dan ook diverse namen gekend, nl. Nootstockhof, Marottenhof en tenslotte Montaignehof. Aan de woning was een grote vierkantshoeve in Brabantse stijl verbonden.
De laatste pachter van de boerderij was de familie Kallen uit Panheel, in die tijd beroemde paarden- en stierenkwekers.
Langkeukelbeekpad
Veldweg langs Langkeukelbeek in Hocht
Dit is het onverharde deel van de Keukelbeekstraat. De naam verwijst naar de Langkeukelbeek die iets verderop in de Zuid-Willemsvaart uitmondt.
Kloosterbospad
Voetpad tussen Bergstraat en Kloosterstraat in Gellik
De naam verwijst naar de voormalige bossen van het Sint-Augustinusgesticht te Gellik (Biesweg). De bossen werden door de gemeente Gellik aangekocht die sinds de fusie van 1977 eigendom zijn van de gemeente Lanaken.
Aan 't Hooreveldje
Voetpad langs het recyclagepark in Smeermaas
Deze naam verwijst naar het oude landbouwgebied tussen Smeermaas en Maastricht (Lanakerveld). Dit toponiem is ook op de Atlas der Buurtwegen terug te vinden.
Wasserijstraatje
Voetpad tussen Broekstraat en Heuvelstraat in Lanaken
Het gedeelte tussen de Heuvelstraat en de Broekstraat werd in de volksmond ‘het Wasserijstraatje’ genoemd. Langsheen praktisch de helft van dat straatje, tot aan de Broekstraat, stond de klerenstomerij en -ververij van Edgard Dries: een foeilelijke houten constructie.
Berkskenweg
Veldweg tussen De Hoefaert en Driebunders in Gellik
Is bij de Gellikenaren - in de volksmond - gekend als ‘Op de Berksken’. Deze naam is ook op de Atlas der Buurtwegen aangeduid.
Schaaienbospad
Veldweg tussen Gellikerweg en Albertkanaal in Gellik
Genaamd naar het toponiem Schayenbosch. Het bos lag zowel in Eigenbilzen als in Gellik, maar is grotendeels verdwenen door de aanleg van de spoorlijn Hasselt-Maastricht midden 19de eeuw en het Albertkanaal in de jaren ‘30 van vorige eeuw. Op de rechteroever van het Albertkanaal ligt nog een relict van dit waardevol loofbos.
Voulwamespad
In Herbricht
De naam verwijst naar het buurtschap Voulwames (Meerssen), aan de rechteroever van de Maas. Hier mondt de Geul in de Maas uit.
Egelpad
Veldweg tussen Pannestraat en Bremstraat in Lanaken
Geen historische verwijzing. De grote tuinen en bosrand vormen een ideaal leefgebied voor egels. Een leuke naam voor dit pad.
Boskabouterpad
Voetpad tussen De Dries en Hoofreen in Gellik
Achter het bosje ‘De hoof’ lag een oud boerderijtje waar een schoenmaker woonde. Van daaruit liep een pad naar het gemeenteplein van Gellik en de rest van het dorp. Deze paadjes zijn sinds de jaren ‘80 van vorige eeuw verdwenen.
De laatste bewoner van het boerderijtje was een alleenstaande man, nl. Leopold (Polke) Massot. Het was een echte dorpsfiguur die de bijnaam Paulus de boskabouter kreeg.
de Burossepad
Veldweg tussen Bergstraat en Berkenlaan in Gellik
Baron de Burosse was de eerste Franse edelman in de familie Breuls. Hij had niet alleen adellijk bloed maar ook een edel hart. Hij overleed aan een slepende ziekte in 1902.
Zijn enige dochter Gislaine huwde op 21 maart 1912 met graaf Jean-Cyrille de la Faye de Guerre. Ze namen actief deel aan het dorpsleven in Gellik. Beiden brachten regelmatig een bezoek aan de dorpsschool en met Sinterklaas deelden ze heel wat geschenken uit. Ze waren de laatste weldoeners van Gellik.
Fluwijnpad
Dit pad sluit aan op het verharde deel van het Fluwijnpad in Neerharen. De naam blijft behouden.
Molenpad
Wandelpad tussen Dorpsstraat en De Hoefaert in Gellik
Dit pad liep naar de Kriekaertmolen of Kriekemolen. Het was een watergraanmolen aan de Munsterbeek of Molenbeek. De molen was ongeveer gesitueerd waar nu de boerderij van de familie Valkenborg ligt, aan de Kanaaldijkstraat. De watermolen staat nog aangeduid op de Atlas der Buurtwegen (1843-1845).
De Kriekaertmolen werd in de jaren ‘30 van vorige eeuw onteigend door de Belgische Staat om in 1931 gesloopt te worden voor de aanleg van het Albertkanaal.
Meer info
Fanfarestraatje
Voetpad tussen Schoolstraat en Norbertinessenhof in Rekem
De Koninklijke Fanfare Sint-Cecilia bestaat 175 jaar en is daarmee een van de oudste muziekgezel-schappen van de provincie. Dit 175-jarig jubileum is uniek, aangezien de meeste muziekmaatschappijen pas ontstonden na de Eerste Wereldoorlog.
't Beluikpad
Voetpad tussen Heuvelstraat en Bessemerstraat in Lanaken
Een beluik is een groep arbeiderswoningen die gegroepeerd zijn rond een koertje (binnenplaats), straat of steeg. Letterlijk betekent dit een ‘besloten ruimte’.
Tramstraatje
Voetpad tussen Heuvelstraat en Maastrichterweg in Lanaken
De buurtspoorlijn nr. 581bis Lanaken-Zutendaal-Waterschei van de toenmalige Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen (NMVB) werd in 1934 opgeheven. De stelplaats lag in Tournebride. Hier kwamen ook de buurtspoorlijnen nr. 485 Maaseik-Maastricht en nr. 479 Tongeren-Lanaken samen.
Het pad sluit nagenoeg op het vroegere tracé van de buurttram naar Waterschei aan (huidige N77). Vandaar het Tramstraatje.
Keverstraatje
In Oud Rekem
In Rafaël Verbois’ studie ‘Geschiedenis van Rekem en zijn keizerlijk graafschap’ zijn de namen van de meeste straten ten tijde van het graafschap opgenomen. Daarin vermeldt hij ook het Keverstraatje.
Verscheidene van die oude straatnamen zijn tijdens het graafschap wel eens van naam gewisseld of later. Zo heeft graaf Ferdinand in de 17de eeuw bijv. de Herenstraat Ferdinandstraat genoemd en zo werd de Schiefstraat veranderd in Ernestinestraat. Later kregen deze straten weer hun oorspronkelijke benaming. Het Keverstraatje behield haar naam.
Op het kadasterplan is dat verkeerdelijk - volgens een artikel van Mathieu Maesen daarover - ‘Vernederlandst’ tot ‘Kieverstraat. Volgens hetzelfde artikel is de naam Keverstraatje zo genoemd, omdat dit vroeger aan één kant voorzien was van een lange haag, waarin veel kevers huisden.
Hochterveld
Verlengde Oude Heirbaan in Hocht
Het van oudsher bebouwde akkerland wordt aangeduid door het toponiem Hochterveld.
Bovenwezet
Voetpad tussen Heirbaan en Petronellahof in Rekem
Rekem was in de middeleeuwen een vrije rijksheerlijkheid, die Rekem zelf en het gehucht Wezet (thans Daalwezet en Bovenwezet) omvatte.
De naam verwijst naar het gehucht Bovenwezet. Op die manier wordt het gehucht in de kijker gezet.
Romeinse villapad
Voetpad tussen Heirbaan en Veldstraat in Rekem
De naam verwijst naar de Gallo-Romeinse villa gelegen aan de grens van Neerharen en Rekem. Deze moet gebouwd zijn aan het einde van de eerste eeuw. Begin jaren ‘80 van de 20ste eeuw vonden bijkomende opgravingen plaats. De archeologen stelden vast dat er eerst een soort kuilwoning lag, en later een Romeinse stenen villa. En er zijn zelfs Romeinse ‘badkamers’ gevonden.
De villa in Neerharen/Rekem werd uiteindelijk uitgerust met drie badkuipen en een hypocaustum, een soort vloerverwarming. De warmte trok vanuit de stookoven naar een kruipkelder onder de vloer om zo uiteindelijk de hele villa te verwarmen.
Meer info
Zouwpad
Voetpad linkeroever Zuid-Willemsvaart
De naam verwijst naar de Zouw die in Rosmeer ontspringt en via Veldwezelt en Smeermaas ter hoogte van Maastricht, net over de grens, in de Zuid-Willemsvaart uitmondt.
Werkhuizenpad
Voetpad tussen Walstraat en Leon Hermanslaan in Rekem
Napoleon verplichtte in 1808 alle departementen om een bedelaarsgesticht op te richten. Bedoeling was bedelaars onderdak en werk te geven. Men beschouwde hen als lastpakken en om ze in de maatschappij te integreren, maakte men gebruik van arbeid, discipline en godsdienst op één locatie. In Limburg viel de keuze op het kasteel van Rekem. De grafelijke familie d'Aspremont-Lynden had het domein al voorgoed verlaten.
Ook na de onafhankelijkheid van België in 1830 bleef het kasteel een bedelaarsgesticht tot het in 1921 een nieuwe bestemming kreeg: ‘krankzinnigengesticht’ of in de volksmond, het ‘gekkengesticht’. Her en der op het domein werden een tiental gebouwen opgetrokken, hetzij als verblijfhuis voor de patiënten, hetzij als werkhuis. Deze instelling bleef in Oud-Rekem aanwezig totdat zij eind jaren ‘70 van vorige eeuw naar de Daalbroekstraat verhuisde.
Meer info