Trage wegenOndek
Trage wegenOndek
Ontdek de namen en het verhaal erachter.
Deze wegen zijn ingediend
Berkskenweg
Veldweg tussen De Hoefaert en Driebunders in Gellik
Is bij de Gellikenaren - in de volksmond - gekend als ‘Op de Berksken’. Deze naam is ook op de Atlas der Buurtwegen aangeduid.
Hochterveld
Verlengde Oude Heirbaan in Hocht
Het van oudsher bebouwde akkerland wordt aangeduid door het toponiem Hochterveld.
Stenenbrugstraat
Verlengde Stenenbrugstraat in Rekem
Deze veldweg sluit aan op het verharde deel van de Stenenbrugstraat. De naam blijft behouden.
Montaignepad
Wandel- en fietspad Montaignehof in Lanaken
In 1921 werd de congregatie van het Heilig Hart eigenaar van het kasteel, het park en de omliggende weilanden. Het boerderijcomplex ‘Montaignehof’ werd toen niet aangekocht en later afgebroken.
Het Montaignehof is door de eeuwen heen altijd bewoond geweest door families van hoge adel. Het heeft dan ook diverse namen gekend, nl. Nootstockhof, Marottenhof en tenslotte Montaignehof. Aan de woning was een grote vierkantshoeve in Brabantse stijl verbonden.
De laatste pachter van de boerderij was de familie Kallen uit Panheel, in die tijd beroemde paarden- en stierenkwekers.
Kloosterbospad
Voetpad tussen Bergstraat en Kloosterstraat in Gellik
De naam verwijst naar de voormalige bossen van het Sint-Augustinusgesticht te Gellik (Biesweg). De bossen werden door de gemeente Gellik aangekocht die sinds de fusie van 1977 eigendom zijn van de gemeente Lanaken.
Aan het Bastion
Locatie ter hoogte van residentie Radeckheim in Oud Rekem (bij de Groenplaats)
Wallen, bastions en watergrachten maakten deel uit van de stadsomwalling van Oud-Rekem, aangelegd tussen 1630 en 1638. Rekem was in de 17de eeuw beschermd tegen vijandige invloeden door de aanleg van stadsmuren, grachten en bastions. Deze structuren zijn op diverse plaatsen nog zichtbaar.
In 1638 liet graaf Ferdinand grachten graven en de oude vervallen wallen terug opbouwen. Daardoor kwamen de vochtige gronden droog te liggen en werden deze geschikt voor het bouwen van huizen. Restanten van die nu begroeide bakstenen wallen en van een bastion (uitspringende hoektoren) zijn op het einde van de Schijfstraat zichtbaar. Die hoektoren diende ook als uitkijktoren. Behalve deze is er nog één ander bastion bewaard, nl. het Huis de Hoek (einde van de Engelenstraat).
Het pad langs de nieuwe gebouwen achter de Groenplaats, dat uitkomt op de Schijfstraat ligt aan het bastion. Nu kan men aan de binnenkant van het bastion de contouren van dit oude bouwwerk zien.
Meer info
Aan de Herbrichtkapel
Veldweg tegenover kapel in Herbricht
De naam verwijst naar de Heilig-Hartkapel, een veldkapel uit de tweede helft van de 19de eeuw.
Meer info
't Bonderke
Voetpad tussen Dorpsstraat en Kerkstraat in Gellik
Is bij de Gellikenaren - in de volksmond - gekend als ‘Het Bonderke’. Deze naam is ook in de Atlas der Buurtwegen opgenomen.
Processieweg
Dit is de weg waar vroeger de mensen van Gellik op bedevaart naar Zutendaal gingen. Naar jaarlijkse gewoonte is er op 15 augustus de Hoogmis van Maria in Zutendaal. Deze gemeente is reeds zeer lange tijd een bedevaartsoord
Fluwijnpad
Dit pad sluit aan op het verharde deel van het Fluwijnpad in Neerharen. De naam blijft behouden.
Bergergraef
Voetpad tussen Koning Albertlaan en Broekstraat in Lanaken
In de volksmond heet het gedeelte vanaf de Broekstraat naar de Drie Eikenstraat en de Koning Albertlaan de Bergergraef. Dit refereert naar de burchtgracht die er rond de voorloper van de burcht van Pietersheim moet gestaan hebben, ongeveer op de plek waar nu het politiekantoor en Linc Parc gevestigd zijn.
Het huis Bergergraef is opgetrokken door de familie De Caritat de Peruzzis, waarvan vader en nadien de zoon burgemeester van Lanaken zijn geweest. De woning is in 1914 met de grond gelijkgemaakt door de Duitsers die toen een strafexpeditie uitvoerden op Lanaken.
Abdissenpad - Hocht
Wandelpad naar het kasteel van Hocht
Dit deels ontoegankelijk pad is in feite het tracé van de (Oude) Heirbaan en loopt nu richting het kasteel van Hocht. In Smeermaas is al een straat naar de Oude Heirbaan vernoemd. Aan het hoofd van de voormalige cisterciënzerabdij van Hocht, eind 12e eeuw gesticht door de heren van Pietersheim, stond een abdis.
Meer info
Broeckhofpad
Voetpad tussen Dorpsstraat en Kerkstraat in Gellik
De naam verwijst naar een belangrijk Loons leen uit de Late Middeleeuwen, nl. het Broeckhof of Broederhof met laathof. Een laathof (ook cijnshof genoemd) was een hof van een lagere heerlijkheid georganiseerd volgens het hofstelsel en met eigen rechtbank. Een laathof was tevens de benaming voor deze boerderij: een hof of hoeve van een laat.
Aan 't Engels Huis
Voetpad tussen Houterstraat en Zilverdennenlaan in Lanaken
Verwijzing naar het Engels echtpaar dat na de Eerste Wereldoorlog deze woning in cottagestijl aan de Kounterstraat gebouwd heeft. Huize Springfield was de originele naam.
Toen Jaak Hustinx in de ‘Groote Oorlog’ gewond geraakte, verbleef hij in Engeland op langdurig herstelverlof. Hij werd er opgevangen door zijn oorlogsmeter M. Inglis en haar man. Omdat zij kinderloos waren, werd hij beschouwd als hun eigen zoon. Zo kwamen ze in 1928 in Gellik terecht, waar ze langs de spoorlijn Maastricht-Hasselt een villa bouwde.
Echter Mr. Forman overleed al in 1930. Zijn vrouw vertoefde graag in de gegoede burgerij van Lanaken, o.a. bij de familie de Merode. Zij werd vermoord door de Duitsers op 11 mei 1940 en begraven tegenover het huis. Later werd ze bijgezet op het kerkhof van Lanaken en haar naam staat vermeld op het oorlogsmonument aan de Sint-Ursulakerk.
Bovenwezet
Voetpad tussen Heirbaan en Petronellahof in Rekem
Rekem was in de middeleeuwen een vrije rijksheerlijkheid, die Rekem zelf en het gehucht Wezet (thans Daalwezet en Bovenwezet) omvatte.
De naam verwijst naar het gehucht Bovenwezet. Op die manier wordt het gehucht in de kijker gezet.
Molenpad
Wandelpad tussen Dorpsstraat en De Hoefaert in Gellik
Dit pad liep naar de Kriekaertmolen of Kriekemolen. Het was een watergraanmolen aan de Munsterbeek of Molenbeek. De molen was ongeveer gesitueerd waar nu de boerderij van de familie Valkenborg ligt, aan de Kanaaldijkstraat. De watermolen staat nog aangeduid op de Atlas der Buurtwegen (1843-1845).
De Kriekaertmolen werd in de jaren ‘30 van vorige eeuw onteigend door de Belgische Staat om in 1931 gesloopt te worden voor de aanleg van het Albertkanaal.
Meer info
Scherpenbergpad
Veldweg tussen Gellikerweg en Berenbroekstraat in Gellik
Dit pad loopt naar de Scherpenberg, een heuvel gelegen tussen het Albertkanaal en De Hoefaert, in het gehucht Berenbroek te Eigenbilzen.
Tramstraatje
Voetpad tussen Heuvelstraat en Maastrichterweg in Lanaken
De buurtspoorlijn nr. 581bis Lanaken-Zutendaal-Waterschei van de toenmalige Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen (NMVB) werd in 1934 opgeheven. De stelplaats lag in Tournebride. Hier kwamen ook de buurtspoorlijnen nr. 485 Maaseik-Maastricht en nr. 479 Tongeren-Lanaken samen.
Het pad sluit nagenoeg op het vroegere tracé van de buurttram naar Waterschei aan (huidige N77). Vandaar het Tramstraatje.
de Burossepad
Veldweg tussen Bergstraat en Berkenlaan in Gellik
Baron de Burosse was de eerste Franse edelman in de familie Breuls. Hij had niet alleen adellijk bloed maar ook een edel hart. Hij overleed aan een slepende ziekte in 1902.
Zijn enige dochter Gislaine huwde op 21 maart 1912 met graaf Jean-Cyrille de la Faye de Guerre. Ze namen actief deel aan het dorpsleven in Gellik. Beiden brachten regelmatig een bezoek aan de dorpsschool en met Sinterklaas deelden ze heel wat geschenken uit. Ze waren de laatste weldoeners van Gellik.
Smokkelpad
Voetpad rechteroever Zuid-Willemsvaart
Vroeger werd langs deze en andere grenswegen gesmokkeld. Veruit de meest roemruchte smokkel in onze streek was de smokkel van boter. Kort na de Tweede Wereldoorlog was het prijsverschil tussen Hollandse en Belgische boter zo groot dat het de moeite loonde de grens over te steken.
Puynpad
Veldweg tussen Pannestraat en Op de Puin in Lanaken
De Heer van Pietersheim had in het gebied tussen bovengenoemd Montaignehof en kasteel Kiewit (Gellik) de hoeve ‘Puijnderhof’ in bezit. Die verpachtte hij sedert begin 17de eeuw aan de Sint-Jorisschutterij tegen vergoeding in natura.
De schutterij moest jaarlijks een deel van de oogst leveren op de burcht in Pietersheim. De rest konden de schutters verkopen zodat ze een bepaald inkomen hadden voor de gilde.