Trage wegenOndek
Trage wegenOndek
Ontdek de namen en het verhaal erachter.
Deze wegen zijn ingediend
Wasserijstraatje
Voetpad tussen Broekstraat en Heuvelstraat in Lanaken
Het gedeelte tussen de Heuvelstraat en de Broekstraat werd in de volksmond ‘het Wasserijstraatje’ genoemd. Langsheen praktisch de helft van dat straatje, tot aan de Broekstraat, stond de klerenstomerij en -ververij van Edgard Dries: een foeilelijke houten constructie.
Gust Baptistpad
Voetpad tussen Sint-Augustinusstraat en Sint-Laurentiusstraat in Gellik
Gust Baptist was eind 19de en begin 20ste eeuw pastoor in Gellik. Hij liet de pastorij renoveren en vroeg huishuur voor de pastoorswoning aan de gemeente. In 1903 suggereerde hij om een nieuwe kerk te bouwen en na enkele twisten met de gemeente stelde hij voor 50.000 fr. eigen middelen ter beschikking. In die periode bouwde hij ook het klooster (nu Academie voor Muziek en Theater) naast het gemeente-huis op de Kerkstraat. In 1913 ging hij door ziekte op rust.
Tramstraatje
Voetpad tussen Heuvelstraat en Maastrichterweg in Lanaken
De buurtspoorlijn nr. 581bis Lanaken-Zutendaal-Waterschei van de toenmalige Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen (NMVB) werd in 1934 opgeheven. De stelplaats lag in Tournebride. Hier kwamen ook de buurtspoorlijnen nr. 485 Maaseik-Maastricht en nr. 479 Tongeren-Lanaken samen.
Het pad sluit nagenoeg op het vroegere tracé van de buurttram naar Waterschei aan (huidige N77). Vandaar het Tramstraatje.
Werkhuizenpad
Voetpad tussen Walstraat en Leon Hermanslaan in Rekem
Napoleon verplichtte in 1808 alle departementen om een bedelaarsgesticht op te richten. Bedoeling was bedelaars onderdak en werk te geven. Men beschouwde hen als lastpakken en om ze in de maatschappij te integreren, maakte men gebruik van arbeid, discipline en godsdienst op één locatie. In Limburg viel de keuze op het kasteel van Rekem. De grafelijke familie d'Aspremont-Lynden had het domein al voorgoed verlaten.
Ook na de onafhankelijkheid van België in 1830 bleef het kasteel een bedelaarsgesticht tot het in 1921 een nieuwe bestemming kreeg: ‘krankzinnigengesticht’ of in de volksmond, het ‘gekkengesticht’. Her en der op het domein werden een tiental gebouwen opgetrokken, hetzij als verblijfhuis voor de patiënten, hetzij als werkhuis. Deze instelling bleef in Oud-Rekem aanwezig totdat zij eind jaren ‘70 van vorige eeuw naar de Daalbroekstraat verhuisde.
Meer info
Trapperspad
Nieuw wandelpad tussen Veldstraat en Colmonterveld in Rekem
Dit is de naam van chemin nr. 32 zoals aangeduid op de Atlas der Buurtwegen.
Boskabouterpad
Voetpad tussen De Dries en Hoofreen in Gellik
Achter het bosje ‘De hoof’ lag een oud boerderijtje waar een schoenmaker woonde. Van daaruit liep een pad naar het gemeenteplein van Gellik en de rest van het dorp. Deze paadjes zijn sinds de jaren ‘80 van vorige eeuw verdwenen.
De laatste bewoner van het boerderijtje was een alleenstaande man, nl. Leopold (Polke) Massot. Het was een echte dorpsfiguur die de bijnaam Paulus de boskabouter kreeg.
Kloosterbospad
Voetpad tussen Bergstraat en Kloosterstraat in Gellik
De naam verwijst naar de voormalige bossen van het Sint-Augustinusgesticht te Gellik (Biesweg). De bossen werden door de gemeente Gellik aangekocht die sinds de fusie van 1977 eigendom zijn van de gemeente Lanaken.
Keverstraatje
In Oud Rekem
In Rafaël Verbois’ studie ‘Geschiedenis van Rekem en zijn keizerlijk graafschap’ zijn de namen van de meeste straten ten tijde van het graafschap opgenomen. Daarin vermeldt hij ook het Keverstraatje.
Verscheidene van die oude straatnamen zijn tijdens het graafschap wel eens van naam gewisseld of later. Zo heeft graaf Ferdinand in de 17de eeuw bijv. de Herenstraat Ferdinandstraat genoemd en zo werd de Schiefstraat veranderd in Ernestinestraat. Later kregen deze straten weer hun oorspronkelijke benaming. Het Keverstraatje behield haar naam.
Op het kadasterplan is dat verkeerdelijk - volgens een artikel van Mathieu Maesen daarover - ‘Vernederlandst’ tot ‘Kieverstraat. Volgens hetzelfde artikel is de naam Keverstraatje zo genoemd, omdat dit vroeger aan één kant voorzien was van een lange haag, waarin veel kevers huisden.
Schaaienbospad
Veldweg tussen Gellikerweg en Albertkanaal in Gellik
Genaamd naar het toponiem Schayenbosch. Het bos lag zowel in Eigenbilzen als in Gellik, maar is grotendeels verdwenen door de aanleg van de spoorlijn Hasselt-Maastricht midden 19de eeuw en het Albertkanaal in de jaren ‘30 van vorige eeuw. Op de rechteroever van het Albertkanaal ligt nog een relict van dit waardevol loofbos.
Bovenwezet
Voetpad tussen Heirbaan en Petronellahof in Rekem
Rekem was in de middeleeuwen een vrije rijksheerlijkheid, die Rekem zelf en het gehucht Wezet (thans Daalwezet en Bovenwezet) omvatte.
De naam verwijst naar het gehucht Bovenwezet. Op die manier wordt het gehucht in de kijker gezet.
Haegpad
Voetpad tussen OC Jeugdpark en Speelterrein De Haeg in Smeermaas
De naam verwijst naar de ‘nieuwe’ wijk in Smeermaas: Haegendoornwijk. Het pad verbindt de wijk met het ontmoetingscentrum en de sportvelden.
Hochterveld
Verlengde Oude Heirbaan in Hocht
Het van oudsher bebouwde akkerland wordt aangeduid door het toponiem Hochterveld.
Van Akenweg
Fietspad tussen Industrieweg en Caberg (Zouwdal) in Lanaken
Tot 1794 behoorde het dorp (Oud-)Caberg tot de vrije rijksheerlijkheid Pietersheim. Na de komst van de Fransen werd het ingedeeld bij Lanaken. Bij de splitsing van Nederland en België in 1839 werd het dorp met Wolder en Nekum opgenomen in de Nederlandse gemeente Oud-Vroenhoven. Deze gemeente werd in 1920 door Maastricht geannexeerd.
De Van Akenweg maakt deel uit van een stervormig wegenpatroon dat de stad Maastricht van oudsher met zijn omgeving verbond. De weg kreeg zijn naam pas in 1923, na de annexatie, en is genoemd naar Maximiliaan van Aken (1799-1892). Hij woonde op de nog steeds bestaande witte boerderij naast de Heilig-Hart-van-Jezuskerk van Oud-Caberg.
Molenpad
Wandelpad tussen Dorpsstraat en De Hoefaert in Gellik
Dit pad liep naar de Kriekaertmolen of Kriekemolen. Het was een watergraanmolen aan de Munsterbeek of Molenbeek. De molen was ongeveer gesitueerd waar nu de boerderij van de familie Valkenborg ligt, aan de Kanaaldijkstraat. De watermolen staat nog aangeduid op de Atlas der Buurtwegen (1843-1845).
De Kriekaertmolen werd in de jaren ‘30 van vorige eeuw onteigend door de Belgische Staat om in 1931 gesloopt te worden voor de aanleg van het Albertkanaal.
Meer info
Ganzenpad
Voetpad tussen Drie Eikenstraat en Ganzepoel in Lanaken
De naam verwijst naar de aanliggende straatnaam ‘Ganzenpoel’.
Egelpad
Veldweg tussen Pannestraat en Bremstraat in Lanaken
Geen historische verwijzing. De grote tuinen en bosrand vormen een ideaal leefgebied voor egels. Een leuke naam voor dit pad.
Galgenpad
Veldweg tussen Dikke Hagestraat en Heirbaan in Neerharen.
Deze weg liep van de Kasteelstraat naar de sluis van Neerharen. In de buurt van de sluis stond een galg. Hier werden misdadigers opgeknoopt.
De galg van Neerharen, een strafwerktuig, stond eertijds op het uiteinde van het straatje dat vanaf de Keelhoffstraat tegenover de sporthal, richting Dikke Hagestraat en de Kasteelstraat liep, ongeveer tot op de hoogte van de vroegere watertoren.
Processieweg
Dit is de weg waar vroeger de mensen van Gellik op bedevaart naar Zutendaal gingen. Naar jaarlijkse gewoonte is er op 15 augustus de Hoogmis van Maria in Zutendaal. Deze gemeente is reeds zeer lange tijd een bedevaartsoord
Aan de Herbrichtkapel
Veldweg tegenover kapel in Herbricht
De naam verwijst naar de Heilig-Hartkapel, een veldkapel uit de tweede helft van de 19de eeuw.
Meer info
Berkskenweg
Veldweg tussen De Hoefaert en Driebunders in Gellik
Is bij de Gellikenaren - in de volksmond - gekend als ‘Op de Berksken’. Deze naam is ook op de Atlas der Buurtwegen aangeduid.
Romeinse villapad
Voetpad tussen Heirbaan en Veldstraat in Rekem
De naam verwijst naar de Gallo-Romeinse villa gelegen aan de grens van Neerharen en Rekem. Deze moet gebouwd zijn aan het einde van de eerste eeuw. Begin jaren ‘80 van de 20ste eeuw vonden bijkomende opgravingen plaats. De archeologen stelden vast dat er eerst een soort kuilwoning lag, en later een Romeinse stenen villa. En er zijn zelfs Romeinse ‘badkamers’ gevonden.
De villa in Neerharen/Rekem werd uiteindelijk uitgerust met drie badkuipen en een hypocaustum, een soort vloerverwarming. De warmte trok vanuit de stookoven naar een kruipkelder onder de vloer om zo uiteindelijk de hele villa te verwarmen.
Meer info
Apollopad
Verlengde Driebunders in Gellik
Het pad verwijst naar de toenmalige voetbalclub van Gellik (FC Apollo 74 Gellik). De club was aangesloten bij de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB) met stamnummer 8416. In maart 2015 echter werd bekendgemaakt dat de club zou ophouden te bestaan op het einde van dat seizoen bij gebrek aan voldoende vrijwilligers.
Aan het Bastion
Locatie ter hoogte van residentie Radeckheim in Oud Rekem (bij de Groenplaats)
Wallen, bastions en watergrachten maakten deel uit van de stadsomwalling van Oud-Rekem, aangelegd tussen 1630 en 1638. Rekem was in de 17de eeuw beschermd tegen vijandige invloeden door de aanleg van stadsmuren, grachten en bastions. Deze structuren zijn op diverse plaatsen nog zichtbaar.
In 1638 liet graaf Ferdinand grachten graven en de oude vervallen wallen terug opbouwen. Daardoor kwamen de vochtige gronden droog te liggen en werden deze geschikt voor het bouwen van huizen. Restanten van die nu begroeide bakstenen wallen en van een bastion (uitspringende hoektoren) zijn op het einde van de Schijfstraat zichtbaar. Die hoektoren diende ook als uitkijktoren. Behalve deze is er nog één ander bastion bewaard, nl. het Huis de Hoek (einde van de Engelenstraat).
Het pad langs de nieuwe gebouwen achter de Groenplaats, dat uitkomt op de Schijfstraat ligt aan het bastion. Nu kan men aan de binnenkant van het bastion de contouren van dit oude bouwwerk zien.
Meer info