Zoek je een trage weg?
Klik op het icoontje op de kaart, kies de weg uit de lijst of zoek via de zoekfunctie.
Kies een locatie op de kaart.
Alle trage wegen
Puynpad
Veldweg tussen Pannestraat en Op de Puin in Lanaken
De Heer van Pietersheim had in het gebied tussen bovengenoemd Montaignehof en kasteel Kiewit (Gellik) de hoeve ‘Puijnderhof’ in bezit. Die verpachtte hij sedert begin 17de eeuw aan de Sint-Jorisschutterij tegen vergoeding in natura.
De schutterij moest jaarlijks een deel van de oogst leveren op de burcht in Pietersheim. De rest konden de schutters verkopen zodat ze een bepaald inkomen hadden voor de gilde.
Fanfarestraatje
Voetpad tussen Schoolstraat en Norbertinessenhof in Rekem
De Koninklijke Fanfare Sint-Cecilia bestaat 175 jaar en is daarmee een van de oudste muziekgezel-schappen van de provincie. Dit 175-jarig jubileum is uniek, aangezien de meeste muziekmaatschappijen pas ontstonden na de Eerste Wereldoorlog.
Boskabouterpad
Voetpad tussen De Dries en Hoofreen in Gellik
Achter het bosje ‘De hoof’ lag een oud boerderijtje waar een schoenmaker woonde. Van daaruit liep een pad naar het gemeenteplein van Gellik en de rest van het dorp. Deze paadjes zijn sinds de jaren ‘80 van vorige eeuw verdwenen.
De laatste bewoner van het boerderijtje was een alleenstaande man, nl. Leopold (Polke) Massot. Het was een echte dorpsfiguur die de bijnaam Paulus de boskabouter kreeg.
Stenenbrugstraat
Verlengde Stenenbrugstraat in Rekem
Deze veldweg sluit aan op het verharde deel van de Stenenbrugstraat. De naam blijft behouden.
't Veldje
Veldweg tussen Dorpsstraat en Driebunders in Gellik
Is bij de Gellikenaren - in de volksmond - gekend als ’Het Veldje’. Deze naam is ook op de Atlas der Buurtwegen vermeld.
Werkhuizenpad
Voetpad tussen Walstraat en Leon Hermanslaan in Rekem
Napoleon verplichtte in 1808 alle departementen om een bedelaarsgesticht op te richten. Bedoeling was bedelaars onderdak en werk te geven. Men beschouwde hen als lastpakken en om ze in de maatschappij te integreren, maakte men gebruik van arbeid, discipline en godsdienst op één locatie. In Limburg viel de keuze op het kasteel van Rekem. De grafelijke familie d'Aspremont-Lynden had het domein al voorgoed verlaten.
Ook na de onafhankelijkheid van België in 1830 bleef het kasteel een bedelaarsgesticht tot het in 1921 een nieuwe bestemming kreeg: ‘krankzinnigengesticht’ of in de volksmond, het ‘gekkengesticht’. Her en der op het domein werden een tiental gebouwen opgetrokken, hetzij als verblijfhuis voor de patiënten, hetzij als werkhuis. Deze instelling bleef in Oud-Rekem aanwezig totdat zij eind jaren ‘70 van vorige eeuw naar de Daalbroekstraat verhuisde.
Meer info
